In de komende jaren verrijzen in Zevenbergen de nieuwe woongebieden: Markvelden, Stationshart en Zwanenveld. Samen goed voor meer dan duizend woningen, bedoeld voor jonge gezinnen, starters en senioren. Een groene uitbreiding van de stad, gericht op toekomstbestendig wonen. Maar voordat de eerste schop de grond in kan, begint een ander, minder zichtbaar proces.

“Een granaat die tachtig jaar in de bodem ligt, is niet minder gevaarlijk. Alleen door dat serieus te nemen, kun je veilig aan de toekomst bouwen.”

Van visie naar verantwoordelijkheid

Een gebied aanwijzen voor woningbouw is meer dan een stedenbouwkundige ambitie. Het vraagt om zorgvuldige afwegingen en onderzoeken. Hoe zit het met water en bodem? Wat betekent de ontwikkeling voor het milieu? En vooral: is de grond veilig? In West-Brabant is dat geen vanzelfsprekende vraag. In de herfst van 1944 werd hier zwaar gevochten tijdens de bevrijding van Zuid-Nederland. Zevenbergen werd op 6 november van dat jaar bevrijd als onderdeel van de Slag om de Schelde. De sporen van die strijd waaronder munitie, granaten en andere explosieven kunnen decennia later nog altijd in de bodem aanwezig zijn.

Onderzoek onder de oppervlakte

Om dat risico inzichtelijk te maken, startte een historisch vooronderzoek. Oude kaarten, militaire archieven en luchtfoto’s werden bestudeerd. De conclusie was helder: het gebied was verdacht op niet-gesprongen explosieven. Daarmee kwam Den Ouden Bodac in beeld, gespecialiseerd in het opsporen en analyseren van oorlogsresten in de bodem. “Ik begeleidde het hele traject,” vertelt Bart Goossens, projectleider bij Den Ouden Bodac. “Van voorbereiding en detectie tot het analyseren van de gegevens en de werkzaamheden in het veld. Alles wat nodig was om het gebied veilig te maken.” Met behulp van geavanceerde detectieapparatuur, zoals magnetometers, werd het terrein systematisch onderzocht. Deze apparatuur brengt verstoringen in het magnetisch veld in beeld — mogelijke aanwijzingen voor metalen objecten onder de grond. “Wat voor de meeste mensen gewoon een grasveld is, zien wij als een kaart vol geschiedenis,” zegt Bart. “Elk signaal kan iets vertellen over wat hier tachtig jaar geleden is gebeurd.”

Duizenden signalen, tastbare vondsten

Het onderzoek leverde ongeveer 2.800 verdachte signalen op. Elk signaal werd zorgvuldig ingemeten, beoordeeld en — waar nodig — opgegraven. Uiteindelijk werden 14 objecten geborgen die als explosief of munitie konden worden geïdentificeerd. Daarbij ging het onder meer om brisantgranaten, onderdelen van ontstekingsmechanismen en een bijzondere vondst: een Amerikaanse 52 millimeter mortiergranaat. Dit lichte type mortier werd door infanterie-eenheden gebruikt tijdens de bevrijding. “Een granaat die tachtig jaar in de bodem ligt, is niet minder gevaarlijk,” benadrukt Bart. “Het verleden vraagt om respect. Alleen door dat serieus te nemen, kun je veilig aan de toekomst bouwen.”

Een veilige bodem voor een nieuwe wijk

Dankzij het onderzoek en de bergingswerkzaamheden is Markvelden-Noord inmiddels vrijgegeven. De bodem is veilig verklaard — een essentiële stap voordat woningbouw kan starten. Daarmee is de overgang gemaakt van risico naar ruimte, van verleden naar toekomst. “Explosievenonderzoek is een onzichtbare, maar cruciale eerste stap,” zegt Bart. “Pas als de bodem veilig is, kan een gebied zich echt ontwikkelen. In Markvelden gebeurt dat nu. Boven een bodem die zijn geheimen heeft prijsgegeven, ontstaat straks een nieuwe woonwijk. Een plek waar het verleden is erkend, zodat er veilig gebouwd kan worden aan de toekomst.